English | Nederlands

Plas|Bossinade

Zoekformulier

Verlengde navorderingstermijn wordt verder beknot

Op 18 februari 2011 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een zaak over de verlengde navorderingstermijn in geval van buitenlandse inkomsten of vermogen. Centrale vraag in deze zaak was of de inspecteur voortvarend genoeg had gehandeld door na ontvangst van alle informatie meer dan een jaar te wachten met het opleggen van aanslagen. De Hoge Raad vond dat dit niet het geval was en vernietigde de aanslagen.

Voortvarend handelen bij verlengde navorderingstermijn
Bij buitenlands vermogen of inkomen mag de Belastingdienst de verlengde navorderingstermijn toepassen. Dit betekent dat de normale termijn van vijf jaren mag worden verlengd tot twaalf jaren. Dit tenzij de inspecteur na het ontvangen van de informatie niet redelijk voortvarend de navorderingsaanslagen vaststelt. In die situatie kunnen de navorderingsaanslagen worden vernietigd als zij buiten de normale navorderingstermijn zijn opgelegd.

Wat is voortvarend handelen?
Of een inspecteur voortvarend is opgetreden, wordt door de feitenrechters verschillend beoordeeld. Zo wordt een termijn van 6 maanden stil zitten in uitspraken de ene keer wel en de ander keer niet als een redelijk tijdsverloop gezien. De Hoge Raad zal hierin uiteindelijk het verlossende woord moeten gaan geven.

Recente uitspraak
In zijn laatste uitspraak geeft de Hoge Raad in ieder geval een aanwijzing in deze discussie. In deze zaak heeft de belastingplichtige in oktober 2002 alle informatie verstrekt over zijn buitenlandse bankrekening. Twee maanden daarna legt de inspecteur de navorderingsaanslag over het jaar 1990 op, waarna belanghebbende een procedure tegen deze aanslag start.

De inspecteur besluit in verband met deze procedure te wachten met het opleggen van de andere navorderingsaanslagen. Uiteindelijk worden pas in november 2003 en november/december 2004 de aanslagen over de jaren 1991 tot en met 1999 opgelegd.

De Hoge Raad stelt dat ten aanzien van elk van die navorderingsaanslagen moet worden beoordeeld of het tijdsverloop tussen het verkrijgen van de informatie en het opleggen van de aanslagen aanvaard kan worden. Daarbij geeft de Hoge Raad aan dat een procedure over het ene belastingjaar geen reden is om te wachten met het opleggen van navorderingsaanslagen over andere jaren.

Een termijn van een jaar tussen de datum van de aanslag en het moment waarop de informatie compleet bij de fiscus aanwezig was, is volgens de Hoge Raad geen redelijk tijdsverloop. De inspecteur heeft dus niet voortvarend gehandeld en de aanslagen worden vernietigd.

Conclusie
De Hoge Raad vindt een jaar stil zitten van de inspecteur dus in ieder geval te lang. Maar hoe zal de Hoge Raad oordelen over zes of zeven maanden stil zitten? Het wachten is nu op een arrest van de Hoge Raad waarin de bovengrens wordt aangegeven van een redelijk tijdsverloop.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: mr. Paulien Waninge

Publicatiedatum: 17/03/2011

(Geen naam)

Laatste nieuws P|B
PlasBossinade en Li China Service bundelen krachten voor 'China-business'

Groningen/Utrecht, 16 mei 2013 – Het Groningse kantoor PlasBossinad...

PlasBossinade organiseert gratis voorlichtingsavonden voor aanstaande ouders

Op dinsdag 28 mei aanstaande zijn in het bijzonder aanstaande ouders va...

Meer nieuws

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!