

U wilt als koper van een onroerende zaak om bovenstaande redenen aan uw verplichting tot afname ontkomen. Kunt u zich beroepen op overmacht of onvoorziene omstandigheden?
Nee, zo luidt de heersende leer in de rechtspraak.
Het is een feit van algemene bekendheid dat de economie aan schommelingen onderhevig is en de onroerendgoedmarkt in het bijzonder, zo oordeelde de Voorzieningenrechter onlangs in Zutphen.
Periodes van stijgende huizenprijzen worden afgewisseld door stabiliserende of zelfs dalende huizenprijzen. Als de economie verslechtert of de huizenprijzen dalen, is dat niet een exceptionele situatie. Dit betekent volgens de Voorzieningenrechter dat zo’n wijziging ook niet is aan te merken als onvoorziene omstandigheid. Zelfs niet als het om substantiële wijzigingen gaat.
Aangenomen wordt dat een daling van onroerendgoedprijzen na het tot stand komen van een koopovereenkomst voor rekening van de koper komt.
Wanneer een boetebeding is opgenomen kunt u een beroep doen op matiging van de overeengekomen boete. De rechter kan een boete matigen “indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist.” In de jurisprudentie wordt deze matigingsbevoegdheid terughoudend gebruikt.
U kunt aanspraak maken op nakoming en daarmee afname door de koper van het onroerend goed. Wanneer de koper echter geen geld heeft, schiet u daar weinig mee op. Het kan dan wijs zijn de koopovereenkomst te ontbinden, zo mogelijk de boete te claimen en de onroerende zaak opnieuw te verkopen. Een eventuele minderopbrengst van de onroerende zaak zal dan in beginsel als schade bij de koper geclaimd kunnen worden.
Voor beide partijen levert het bovenstaande een buitengewoon vervelende en onzekere situatie op. Tijd dus voor een goede afweging van de kansen en mogelijkheden in een procedure. Even een pas op de plaats voor goed advies, kan veel ellende achteraf voorkomen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: