English | Nederlands

Plas|Bossinade

Zoekformulier

Als uw bank niet verder met u wil…

De banken zijn door de krediet- en economische crisis terughoudender geworden bij het verlenen van kredieten. Ook lopende kredieten worden regelmatig opgezegd of beperkt. Niet alleen wanneer de klant zijn verplichtingen niet nakomt, maar ook door huidige klanten preventief te ‘reviewen’. Banken moeten zich hierbij wel aan bepaalde regels houden.

De Algemene Bankvoorwaarden bieden banken verschillende mogelijkheden om in de kredietrelatie in te grijpen. Wanneer de verstrekte zekerheden in waarde dalen en onvoldoende dekking bieden voor het krediet kan een onderneming verplicht worden tot het verstrekken van (extra) zekerheden. Doet hij dit niet, dan kan de bank maatregelen treffen om haar risico te beperken. Zo zou de bank het krediet kunnen beperken of zelfs beëindigen en opeisen. Bij een rekening-courant krediet kan de bank zelfs op ieder moment de faciliteit beëindigen en het getrokken krediet opeisen. Voor de onderneming kan een dergelijke maatregel de doodsteek betekenen.

Geen willekeur en ‘bijzondere zorgplicht’
Banken mogen niet naar willekeur een krediet opzeggen of beperken. Een kredietopzegging door een bank kan door de rechter worden getoetst aan de eisen van redelijkheid en billijkheid. Op grond van deze eis heeft de rechter meerdere malen een bank teruggefloten en verplicht het krediet voort te zetten of zelfs om schade te vergoeden die als gevolg van de kredietopzegging is geleden.

In de rechtspraak is uitgemaakt dat banken een bijzondere zorgplicht hebben uit hoofde van hun maatschappelijke functie. De reikwijdte van die zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval. 

Toetsingscriteria
1. De grond voor opzegging moet voldoende zwaarwegend zijn bij afweging van alle betrokken belangen. Het gaat dan bijvoorbeeld om vragen als:
 

  • Is sprake van een (snel) verslechterende positie van de onderneming en/of een (snel) dalende waarde van de zekerheden?
  • Is sprake van een overstand en zo ja, wordt die al dan niet teruggebracht? 
  • Hoe lang en hoe exclusief is de relatie tussen de bank en de onderneming? 
  • Hoe (on)betrouwbaar heeft de onderneming zich gedragen en hoe is de informatievoorziening door de onderneming geweest? 
  • Wat zijn de toekomstperspectieven? 
  • Wat zijn de gevolgen voor de onderneming en voor andere belangen, zoals werkgelegenheid?

2. De besluitvorming en de gevolgde procedure moeten zorgvuldig zijn:

  • Is er voldoende overleg gepleegd?
  • Heeft de bank de onderneming tijdig gewaarschuwd voor de gevolgen?
  • Zijn alternatieve maatregelen onderzocht en besproken?
  • Zijn de redenen voor opzegging voldoende onderbouwd?
  • Heeft de bank verwachtingen gewekt ten aanzien van het voortzetten van het krediet?

3. Tenslotte wordt bekeken of een termijn in acht genomen dient te worden om de onderneming in de gelegenheid te stellen een andere financier te vinden. Gedurende zo’n termijn kan de onderneming dan nog (gedeeltelijk) gebruik maken van het krediet. Ook de beantwoording van deze vraag hangt af van de omstandigheden waaronder de kredietopzegging plaatsvindt.

Conclusie
U bent als ondernemer dus niet rechteloos als een bank het krediet opzegt of beperkt. Het handelen van de bank kan worden voorgelegd aan de rechter en wordt dan getoetst aan tal van criteria, die gebaseerd zijn op redelijkheid en billijkheid en de bijzondere positie en rol van de banken in het maatschappelijk verkeer. Het is daarom raadzaam dat u zich goed laat adviseren als u in een dergelijke situatie terecht komt, wat uiteraard niet te hopen is.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

mr. Jan Leo de Hoop

Publicatiedatum: 14/06/2010